Uitgeroepen tot Beste Tech Startup van Nederland. Winnaar van de Future of Work Award. En ondertussen werken steeds meer organisaties dagelijks samen met een Digitale Medewerker van AIMAZE. Het zijn bijzondere mijlpalen voor een bedrijf dat nog maar aan het begin staat van zijn ambitie.
Want voor Hans, Jelte en Baukje Schuurmans gaat AIMAZE uiteindelijk niet over awards of technologie alleen. Het gaat over een fundamenteel andere manier van werken. De Digitale Marketing Medewerker laat vandaag al zien wat er gebeurt wanneer AI niet alleen ondersteunt of adviseert, maar daadwerkelijk werkzaamheden uitvoert.
En dat is pas het begin.
Achter de schermen wordt volop gebouwd aan nieuwe Digitale Medewerkers. Tegelijkertijd groeit het team van AIMAZE en worden klanten actief betrokken bij de verdere ontwikkeling. Het uiteindelijke doel: organisaties de mogelijkheid geven om te beschikken over een compleet team van Digitale Medewerkers.
In dit interview vertellen Hans, Jelte en Baukje over het succes tot nu toe, de belangrijke rol van klanten en waarom juist kleinere organisaties volgens hen enorm kunnen profiteren van deze ontwikkeling.
Jullie hebben in relatief korte tijd veel bereikt. Voelt AIMAZE inmiddels als het bedrijf dat jullie voor ogen hadden?
Baukje: “Aan de ene kant wel, omdat je nu echt ziet dat Digitale Medewerkers onderdeel worden van organisaties. Aan de andere kant voelt het alsof we nog maar aan het begin staan.”
“Dat is misschien juist het bijzondere. We zien dagelijks wat er nu al mogelijk is, maar tegelijkertijd hebben we met z’n drieën, ons team en klanten continu gesprekken over wat de volgende stap moet worden.”
Jelte: “Technisch gezien gaat het ontzettend snel. Wat een Digitale Medewerker vandaag kan, is al veel uitgebreider dan een jaar geleden. En iedere nieuwe ontwikkeling in AI zorgt weer voor nieuwe mogelijkheden.”
“Maar technologie alleen is niet voldoende. Uiteindelijk moet het voor een klant gewoon werken.”
Hans: “Dat is vanaf het begin onze overtuiging geweest. Organisaties zitten niet te wachten op nóg meer AI-tools. Ze willen resultaat. Ze willen tijd besparen, capaciteit toevoegen en dingen gedaan krijgen.”
“Daar zit voor ons het grote verschil tussen een AI-tool en een Digitale Medewerker.”
Jullie werken als familie samen aan AIMAZE. Hoe vullen jullie elkaar aan?
Baukje: “We kijken allemaal vanuit een andere invalshoek naar hetzelfde bedrijf. Jelte kijkt heel sterk naar technologie en productontwikkeling. Hans veel naar de markt, strategie en de toekomst van werken. En ik kijk sterk vanuit de klant: begrijpt iemand wat we maken, werkt het prettig en levert het daadwerkelijk waarde op?”
“Dat vind ik misschien wel het belangrijkste. Je kunt technologisch iets indrukwekkends bouwen, maar uiteindelijk moet een klant denken: hier word ik echt mee geholpen.”
Jelte: “En juist die verschillende invalshoeken maken ons sterker. Soms kan iets technisch, maar moeten we ons afvragen of het op dat moment ook echt waarde toevoegt. Andersom krijgen we vanuit klanten ideeën waarvan we denken: ja, als we dit technisch kunnen oplossen, wordt de Digitale Medewerker meteen veel beter.”
Hans: “We kijken dus niet alleen naar AI. We kijken vooral naar werk. Wat doen mensen iedere dag? Welke werkzaamheden kosten veel tijd? Wat is saai, repeterend of irritant? En waar ontbreekt capaciteit?”
“Daar proberen we een oplossing voor te bouwen.”
Wanneer merkten jullie dat de Digitale Medewerker echt begon aan te slaan?
Baukje: “Voor mij was dat vooral toen klanten niet meer alleen spraken over ‘de AI’, maar over hun Digitale Medewerker alsof het een collega was.”
“Dan hoor je bijvoorbeeld: ‘Kan mijn Digitale Marketing Medewerker dit ook oppakken?’ of ‘Kunnen we haar voortaan deze taak laten doen?’”
“Op zo’n moment merk je dat het geen losse tool meer is. De Digitale Medewerker krijgt echt een plek binnen de organisatie.”
Jelte: “Dat is precies wat we wilden bereiken. We wilden niet nog een omgeving maken waarin iemand telkens zelf een prompt moet invoeren.”
“Een Digitale Medewerker krijgt een functie, taken en verantwoordelijkheden en kan gebruikmaken van de systemen die nodig zijn om werkzaamheden uit te voeren.”
Hans: “De echte doorbraak van AI zit volgens mij ook niet in mensen steeds meer tools geven. De echte doorbraak ontstaat wanneer je digitale capaciteit toevoegt.”
“Een digitale collega die daadwerkelijk werkzaamheden uitvoert.”
De Digitale Marketing Medewerker is jullie eerste grote praktijkvoorbeeld. Waarom is juist deze zo succesvol?
Baukje: “Omdat marketing bij bijna iedere organisatie belangrijk is, maar tegelijkertijd ontzettend vaak blijft liggen.”
“Een blog schrijven, socialmedia-content maken, informatie verzamelen, een nieuwsbrief voorbereiden, content optimaliseren of de website actueel houden: organisaties weten dat het moet gebeuren. Maar klanten, medewerkers en de dagelijkse operatie krijgen bijna altijd voorrang.”
“Een Digitale Marketing Medewerker heeft dat probleem niet. Die kan structureel werkzaamheden uitvoeren.”
Hans: “En de businesscase is heel duidelijk.”
“Voor €500 per maand kan een organisatie beschikken over een Digitale Marketing Medewerker die structureel voor de organisatie aan het werk is. Vergelijk dat eens met de kosten van een extra marketingmedewerker of het volledig uitbesteden van werkzaamheden.”
“Vooral voor kleinere organisaties kan dat een enorm verschil maken.”
Jelte: “En de volgende stap is dat zo’n Digitale Marketing Medewerker steeds meer complete processen kan uitvoeren.”
“Dus niet alleen een tekst maken, maar informatie verzamelen, content creëren, controleren, publiceren en uiteindelijk ook steeds meer vervolgstappen zelfstandig uitvoeren.”
Betekent dat dat iedere taak meteen perfect werkt?
Jelte: “Nee. En dat moeten we ook niet suggereren.”
“Wij bouwen iets wat continu in ontwikkeling is. Sommige taken werken direct ontzettend goed. Bij andere taken ontdekken we in de praktijk dat een stap anders moet, dat extra controle nodig is of dat een klant een andere werkwijze heeft dan we vooraf hadden bedacht.”
“Maar juist daardoor worden onze Digitale Medewerkers beter.”
Baukje: “Onze klanten spelen daarin een ontzettend belangrijke rol.”
“Zij gebruiken de Digitale Medewerker in hun dagelijkse praktijk. Daardoor zien zij dingen die wij vanuit onze eigen omgeving nooit allemaal vooraf kunnen bedenken.”
“Wij zijn dan ook echt heel blij met klanten die zeggen: dit werkt goed, maar als jullie dit aanpassen, wordt het voor ons nóg beter.”
“Die feedback is voor ons enorm waardevol.”
Hans: “Eigenlijk ontwikkelen onze klanten met ons mee.”
“En ik denk dat dat één van de redenen is waarom we zo snel grote stappen kunnen zetten.”
Waar zijn jullie op dit moment het meest trots op?
Baukje: “Voor mij zijn dat vooral de reacties van klanten.”
“Wanneer iemand zegt dat werkzaamheden eindelijk structureel gebeuren, dat marketing niet meer blijft liggen of dat medewerkers daadwerkelijk tijd terugkrijgen, dan zie je wat de impact is.”
“Dat vind ik uiteindelijk belangrijker dan alleen vertellen hoe slim onze technologie is.”
Jelte: “Ik ben daarnaast trots op hoe snel we technisch ontwikkelen.”
“Wat onze Digitale Medewerkers vandaag kunnen, is alweer veel uitgebreider dan een jaar geleden. En tegelijkertijd proberen we de technologie voor klanten juist steeds eenvoudiger te maken.”
“De complexiteit hoort bij ons te liggen. Niet bij de klant.”
Hans: “En ik ben er trots op dat we van een visie naar iets tastbaars zijn gegaan.”
“Er zijn echte klanten, echte Digitale Medewerkers en echte werkzaamheden die dagelijks worden uitgevoerd.”
“Daarmee bewijzen we dat het niet alleen een mooi toekomstverhaal is.”
Jullie krijgen ondertussen ook steeds meer erkenning van buitenaf.
Baukje: “Dat vinden we natuurlijk heel bijzonder.”
“AIMAZE is uitgeroepen tot Beste Tech Startup van Nederland en we hebben de Future of Work Award gewonnen. Dat zijn momenten waarop je wel even stilstaat bij wat we met het hele team in relatief korte tijd hebben opgebouwd.”
“En natuurlijk zijn we daar trots op.”
Jelte: “Er zijn ontzettend veel bedrijven met AI bezig. Dat externe partijen herkennen dat onze visie op Digitale Medewerkers onderscheidend is, betekent dan ook veel.”
“Maar tegelijkertijd geeft het vooral energie om verder te bouwen.”
Hans: “Een award krijg je op één moment. Een tevreden klant moet je iedere dag opnieuw verdienen.”
“Dus uiteindelijk blijft dat onze belangrijkste graadmeter.”
Inmiddels heeft AI binnen jullie familie nóg een extra dimensie gekregen.
Baukje: “Ja, onze vader is sinds kort voorzitter van BRAIN Nederland, de brancheorganisatie voor de Nederlandse AI-sector.”
“Daar zijn Jelte en ik natuurlijk heel trots op.”
“AI krijgt een steeds grotere rol binnen bedrijven en de samenleving. Dan is het belangrijk dat er ook aandacht is voor professionaliteit, kwaliteit, verantwoordelijkheid en vertrouwen.”
Hans: “Mijn rollen bij AIMAZE en BRAIN Nederland staan los van elkaar, maar de overtuiging erachter heeft natuurlijk raakvlakken.”
“Ik geloof enorm in de mogelijkheden van AI. Maar hoe belangrijker AI wordt, hoe belangrijker het ook wordt dat organisaties er professioneel, transparant en verantwoord mee omgaan.”
“Je hebt uiteindelijk vertrouwen nodig om deze ontwikkeling succesvol te maken.”
De Digitale Marketing Medewerker is dus eigenlijk pas het begin?
Jelte: “Absoluut.”
“We zijn nu al volop bezig met nieuwe Digitale Medewerkers.”
“We kijken daarbij naar functies waarin veel repeterende werkzaamheden voorkomen en waarin een Digitale Medewerker veel waarde kan toevoegen. Denk aan administratie, HR, sales en andere ondersteunende functies.”
“Daar wordt nu al aan ontwikkeld.”
Baukje: “En net zoals bij onze Digitale Marketing Medewerker willen we ook bij nieuwe Digitale Medewerkers klanten zo vroeg mogelijk betrekken.”
“Wij willen niet vanuit ons kantoor bepalen hoe bijvoorbeeld een HR- of administratieve Digitale Medewerker moet werken.”
“We willen juist weten: welke werkzaamheden kosten organisaties veel tijd? Waar lopen medewerkers tegenaan? En wat zouden ze het liefst morgen al aan een digitale collega willen overdragen?”
“Daarmee bouwen we vanuit echte behoefte.”
Ondertussen zijn jullie ook bezig het eigen team verder uit te breiden.
Jelte: “Ja. Onze ambities worden groter en dan moet onze eigen organisatie natuurlijk meegroeien.”
“We bouwen verder aan technologie, processen, koppelingen en vooral aan de manier waarop Digitale Medewerkers steeds zelfstandiger werkzaamheden kunnen uitvoeren.”
Baukje: “Daarbij gaat het niet alleen om technische kennis.”
“We zoeken mensen die nieuwsgierig zijn, willen bouwen, feedback durven geven en het leuk vinden dat niet alles al vaststaat.”
“Dat zit eigenlijk in het DNA van AIMAZE. Samen iets ontwikkelen wat iedere maand weer beter wordt.”
Jullie praten veel over Digitale Medewerkers, maar hoe belangrijk is jullie menselijke team?
Baukje: “Ontzettend belangrijk. We zijn echt heel blij met het team dat er nu staat. Uiteindelijk zijn het onze mensen die nieuwe ideeën bedenken, met klanten praten, processen verbeteren en ervoor zorgen dat we iedere dag weer stappen kunnen zetten.”
“Digitale Collega’s vervangen voor ons dus niet het belang van een goed menselijk team. Ze maken dat team juist sterker.”
Jelte: “En wat bijzonder is: wij werken zelf eigenlijk precies op de manier die we ook aan onze klanten laten zien.”
“Ons menselijke team werkt dagelijks samen met onze eigen Digitale Collega’s. Die nemen allerlei terugkerende werkzaamheden over, ondersteunen verschillende processen en zorgen ervoor dat onze mensen zich kunnen concentreren op ontwikkeling, klanten en groei.”
Hans: “Daarmee zijn we zelf misschien wel één van de beste voorbeelden van wat we bedoelen met superpowers.”
“Als we alles wat binnen AIMAZE gebeurt alleen met menselijke medewerkers zouden moeten uitvoeren, hadden we waarschijnlijk inmiddels een organisatie van veertig tot vijftig mensen nodig gehad.”
“Denk aan marketing, content, communicatie, onderzoek, administratie, ondersteuning, klantprocessen en alle andere werkzaamheden die bij een snelgroeiende organisatie horen.”
“Dat zou niet alleen financieel een totaal andere organisatie betekenen. In de huidige arbeidsmarkt zou het waarschijnlijk ook bijna onmogelijk zijn om in zo’n korte tijd al die mensen te vinden.”
Baukje: “En daarom zijn we ook zo enthousiast over de combinatie. We hebben geweldige mensen nodig én goede Digitale Collega’s.”
“Onze menselijke collega’s brengen creativiteit, vakkennis, ondernemerschap, gevoel en persoonlijk contact. Onze Digitale Collega’s kunnen juist ontzettend veel terugkerend werk opvangen en capaciteit toevoegen.”
“Het één kan wat ons betreft niet zonder het ander.”
Hans: “Dat is eigenlijk precies wat we ook voor onze klanten willen realiseren.”
“Niet per definitie steeds meer mensen moeten aannemen om te kunnen groeien, maar het bestaande team superpowers geven.”
“Als een organisatie met tien mensen straks de slagkracht kan krijgen waar vroeger misschien twintig of dertig mensen voor nodig waren, verandert dat enorm veel. Zeker in een arbeidsmarkt waarin goede mensen steeds moeilijker te vinden zijn.”
Hoe ziet een organisatie er volgens jullie in 2027 uit?
Hans: “Ik denk dat we dan steeds minder praten over één Digitale Medewerker en steeds vaker over een team van Digitale Medewerkers.”
“Een organisatie kan dan bijvoorbeeld beschikken over een Digitale Marketing Medewerker, een administratieve collega, een HR-collega en een digitale salesmedewerker.”
“Ieder met een eigen functie en eigen werkzaamheden.”
Baukje: “En het echt interessante ontstaat wanneer die Digitale Medewerkers ook steeds meer met elkaar kunnen samenwerken.”
“Een Digitale Marketing Medewerker signaleert bijvoorbeeld iets wat interessant is voor sales. Een administratieve Digitale Medewerker beschikt over informatie die een andere digitale collega nodig heeft.”
“Dan heb je niet meer alleen losse Digitale Medewerkers.”
“Dan krijg je echt een digitaal team.”
Jullie gebruiken daarbij regelmatig het woord ‘superpowers’. Wat bedoelen jullie daarmee?
Hans: “Omdat het eigenlijk precies beschrijft wat er gebeurt.”
“Neem een organisatie met vijf of tien medewerkers. Die mensen zijn vaak ontzettend breed bezig. Iedereen heeft werkzaamheden die moeten gebeuren, maar die niet altijd de reden zijn waarom iemand ooit voor zijn vak heeft gekozen.”
“Administratie. Informatie verzamelen. Content voorbereiden. Gegevens verwerken. Rapportages maken. Systemen bijwerken. Steeds opnieuw dezelfde handelingen.”
“Stel je voor dat een groot gedeelte daarvan structureel door Digitale Medewerkers wordt uitgevoerd.”
“Dan krijgt dezelfde organisatie ineens veel meer capaciteit.”
Gaat het dan vooral om saaie en terugkerende taken?
Jelte: “Dat is een belangrijke eerste stap, maar uiteindelijk gaat het veel verder.”
“Digitale Medewerkers kunnen enorme hoeveelheden informatie verwerken, verbanden leggen en kennis beschikbaar maken op precies het moment dat iemand die nodig heeft.”
“Daarmee voegen ze niet alleen uitvoeringskracht toe.”
“Ze voegen ook kennis toe.”
Baukje: “En dat betekent niet dat mensen minder belangrijk worden. Juist het tegenovergestelde.”
“Wanneer saaie, terugkerende of irritante werkzaamheden worden overgenomen, ontstaat er meer ruimte voor klantcontact, creativiteit, strategie, relaties en andere werkzaamheden waarin mensen het verschil maken.”
Vooral kleinere organisaties kunnen daar enorm van profiteren.
Baukje: “Ja. En dat vind ik persoonlijk misschien wel één van de mooiste onderdelen van onze visie.”
“Een grote organisatie kan beschikken over een marketingafdeling, HR-team, administratie, communicatieafdeling en allerlei specialisten.”
“Een organisatie met vijf, tien of twintig medewerkers kan dat simpelweg niet allemaal betalen.”
“Maar Digitale Medewerkers kunnen dat speelveld veranderen.”
Hans: “Een kleinere organisatie kan straks toegang krijgen tot capaciteit en kennis die vroeger vooral beschikbaar waren voor veel grotere organisaties.”
“En tegen een fractie van de kosten van meerdere extra medewerkers.”
“Daardoor kan een klein team qua slagkracht ineens veel groter worden.”
Betekent dit dat Digitale Medewerkers uiteindelijk mensen gaan vervangen?
Hans: “Werk gaat absoluut veranderen. Sommige werkzaamheden zullen verdwijnen en nieuwe werkzaamheden zullen ontstaan. Dat is bij iedere grote ontwikkeling gebeurd.”
“Maar wij geloven vooral in de combinatie.”
“Een mens met goede Digitale Medewerkers kan veel meer bereiken dan een mens alleen.”
“Voor ons gaat het daarom niet over mens óf AI.”
“Het gaat over mens mét AI.”
Jelte: “Een Digitale Medewerker moet uiteindelijk voelen als een collega die ontzettend goed is in bepaalde werkzaamheden, altijd beschikbaar kan zijn en enorme hoeveelheden informatie kan verwerken.”
“Maar wel binnen de kaders die de organisatie bepaalt.”
En waar willen jullie met AIMAZE over een paar jaar staan?
Baukje: “Ik hoop vooral dat klanten dan niet meer bezig zijn met de vraag óf ze iets met AI moeten.”
“Maar veel praktischer denken: welke werkzaamheden kan ik slimmer organiseren en welke digitale collega past daarbij?”
Jelte: “En dat Digitale Medewerkers dan net zo normaal worden als andere hulpmiddelen die we vandaag binnen organisaties gebruiken.”
Hans: “Zoals we het nu normaal vinden dat iedere medewerker een laptop, smartphone en e-mailadres heeft, denk ik dat het straks heel normaal wordt om samen te werken met digitale collega’s.”
“Mijn overtuiging is dat vrijwel iedere organisatie uiteindelijk over zo’n digitaal team kan beschikken.”
Baukje: “En wij willen dat vooral blijven bouwen zoals we het nu doen: samen met onze klanten.”
Jelte: “Want uiteindelijk ontwikkelen we AIMAZE niet alleen vóór organisaties.”
Hans: “Maar vooral samen mét organisaties.”
Iedere nieuwe klant levert nieuwe inzichten op. Iedere nieuwe taak helpt om Digitale Medewerkers verder te verbeteren. En iedere ontwikkeling brengt het idee van een compleet digitaal team dichterbij.
2027 wordt wat AIMAZE betreft dan ook niet alleen het jaar van de Digitale Medewerker.
Het wordt het jaar waarin steeds meer organisaties hun eigen team van Digitale Medewerkers gaan bouwen en daarmee capaciteit, kennis en slagkracht krijgen die voorheen vooral was weggelegd voor veel grotere organisaties.
Berichten over incidenten met AI en persoonsgegevens zorgen begrijpelijkerwijs voor vragen. Kun je als organisatie vertrouwelijke informatie wel aan AI toevertrouwen? En maakt het verschil of medewerkers zelf met ChatGPT werken of dat je kiest voor een professioneel ingerichte Digitale Medewerker?
Het antwoord is: ja, dat verschil is groot.
AI biedt enorme kansen, maar zodra AI onderdeel wordt van dagelijkse bedrijfsprocessen, gaat het niet alleen meer om wat een model kan. Privacy, toegangsrechten, gegevensstromen en beveiliging worden minstens zo belangrijk.
Precies daarom kiest AIMAZE bewust voor een professionele inrichting van Digitale Medewerkers.
Niet zomaar chatten met AI
Wanneer medewerkers individueel gebruikmaken van AI-tools, heeft een organisatie vaak beperkt zicht op wat er gebeurt. Welke informatie wordt ingevoerd? Welke documenten worden geüpload? Welke instellingen worden gebruikt? En welke gegevens worden mogelijk onnodig gedeeld?
Dat betekent niet automatisch dat dit onveilig is. Wel betekent het dat een organisatie minder grip heeft.
Een Digitale Medewerker van AIMAZE werkt anders. Deze wordt ingericht voor een specifieke organisatie en voor specifieke werkzaamheden. De koppeling met AI-modellen verloopt via zakelijke API’s. Daarbij kan veel gerichter worden bepaald welke informatie nodig is en welke systemen toegankelijk zijn.
Dat geeft organisaties meer controle.
Zakelijke API’s geven extra grip
Een belangrijk verschil is dat een Digitale Medewerker niet simpelweg werkt vanuit een regulier consumentenaccount.
Bij het gebruik van bijvoorbeeld de OpenAI API worden ingevoerde gegevens standaard niet gebruikt om de modellen van OpenAI te trainen. Dat is een belangrijk verschil met het beeld dat veel mensen hebben van generatieve AI.
Daarbij geldt wel: gegevens moeten worden verwerkt om een opdracht uit te voeren. Een AI-model moet immers informatie ontvangen om een antwoord of taak te kunnen uitvoeren.
Het verschil zit daarom vooral in de manier waarop je dit organiseert.
Met een professionele API-omgeving kun je veel nauwkeuriger bepalen:
- welke informatie wordt gebruikt;
- welke systemen gekoppeld zijn;
- welke rechten een Digitale Medewerker heeft;
- hoe gegevensstromen worden ingericht;
- welke beveiligingsmaatregelen worden toegepast.
Een Digitale Medewerker hoeft niet overal bij te kunnen
Een belangrijk uitgangspunt bij AIMAZE is eenvoudig:
Een Digitale Medewerker krijgt alleen toegang tot informatie die nodig is om zijn of haar werk uit te voeren.
Een Digitale Marketing Medewerker hoeft bijvoorbeeld geen toegang te hebben tot salarisgegevens of personeelsdossiers. Net zoals een menselijke marketingmedewerker die informatie normaal gesproken ook niet nodig heeft.
Bij de inrichting kijken we daarom bewust naar taken, bronnen, bevoegdheden en koppelingen.
Niet: wat kunnen we allemaal aansluiten?
Maar: wat heeft deze Digitale Medewerker daadwerkelijk nodig?
Juist deze manier van werken geeft extra zekerheid.
Veiligheid zit in de hele keten
Bij AI-beveiliging wordt vaak alleen gekeken naar de leverancier van het taalmodel. Maar het AI-model is slechts één onderdeel van de totale oplossing.
Professioneel werken met AI betekent dat je ook aandacht hebt voor:
- toegangsrechten;
- autorisaties;
- beveiligde verbindingen;
- scheiding tussen klanten en omgevingen;
- bescherming van API-sleutels;
- logging en monitoring;
- koppelingen met andere systemen;
- beperking van onnodige gegevensverwerking.
Daarom kijkt AIMAZE niet alleen naar het AI-model, maar naar de volledige omgeving rondom de Digitale Medewerker.
Bestaat er dan geen risico meer?
Nee. En dat zouden we ook nooit beweren.
Iedere digitale oplossing kent risico’s. Dat geldt voor e-mail, cloudsoftware, CRM-systemen, internetbankieren en ook voor AI.
Professioneel omgaan met AI betekent juist dat je die risico’s erkent en vervolgens maatregelen neemt om ze zo klein mogelijk te maken.
Transparantie vinden wij daarbij belangrijker dan roepen dat iets volledig veilig is.
Van individueel AI-gebruik naar georganiseerd AI-gebruik
Misschien is dit uiteindelijk wel een van de grootste voordelen van een Digitale Medewerker.
De vraag is straks niet meer óf medewerkers binnen organisaties AI gebruiken. Dat gebeurt nu al.
De belangrijkere vraag is:
Hoe organiseer je dat als bedrijf verantwoord en professioneel?
Laat je iedere medewerker zelf AI-tools kiezen, informatie invoeren en accounts aanmaken?
Of organiseer je AI centraal, met duidelijke taken, beperkte toegangsrechten, zakelijke API-koppelingen en heldere afspraken?
AIMAZE kiest nadrukkelijk voor dat laatste.
Daarmee maakt een Digitale Medewerker AI niet alleen praktischer en krachtiger, maar ook beter beheersbaar.
Je bepaalt als organisatie veel bewuster welke AI wordt gebruikt, welke informatie nodig is en wat een digitale collega wel en niet mag doen.
Professioneel werken met AI begint daarom niet bij de prompt. Het begint bij de inrichting.
AI-tekst herkennen is veel moeilijker dan veel mensen denken. Onderzoek naar verhalen van mensen en AI laat zien dat we op gevoel alleen geen betrouwbare scheidsrechter zijn. Voor organisaties is daarom niet de herkomst van een tekst de belangrijkste vraag, maar of de inhoud klopt, past bij het merk en werkelijk helpt.
Waarom is AI-tekst herkennen zo lastig?
Wie regelmatig met generatieve AI werkt, denkt soms snel te zien of een tekst door een mens is gemaakt. Een keurige opbouw, veelvuldige opsommingen of een opvallend neutrale toon worden dan gezien als aanwijzingen. Maar geen van die signalen is sluitend.
Een mens kan gestileerd, afstandelijk of voorspelbaar schrijven. En AI kan, met goede context en gerichte instructies, een tekst maken die natuurlijk leest, een helder standpunt inneemt en goed aansluit bij een doelgroep.
De wetenschappelijke studie Bot or not? Can people tell the difference between stories written by a human or by an AI system? onderzoekt precies die vraag: kunnen mensen verhalen van een mens en een AI-systeem van elkaar onderscheiden? De kern is ongemakkelijk, maar nuttig: menselijke intuïtie is daarvoor niet altijd betrouwbaar genoeg.
Dat is geen reden om AI te wantrouwen. Het is wel een reden om anders naar content te kijken.
Welke kenmerken worden vaak ten onrechte gezien als bewijs?
Veel vermeende AI-signalen zeggen vooral iets over schrijfstijl, niet over de maker. Let daarom op wanneer je deze kenmerken als bewijs gebruikt:
- Een nette structuur. Heldere tussenkoppen en een logische opbouw maken een tekst niet automatisch door AI gemaakt. Het zijn juist kenmerken van goede redactie.
- Correcte grammatica. Ook een professionele schrijver laat weinig taalfouten achter. Foutloos taalgebruik is geen herkomstbewijs.
- Algemene formuleringen. Een tekst zonder eigen voorbeelden kan door AI zijn gemaakt, maar net zo goed door een mens die onvoldoende inhoudelijke input kreeg.
- Een voorspelbare conclusie. Voorspelbaarheid komt voor bij iedere auteur die binnen een bekend format schrijft.
- Een vlotte, enthousiaste toon. Schrijfstijl is aan te leren, voor mensen én voor systemen.
Dit betekent niet dat er geen verschillen bestaan tussen menselijke en AI-ondersteunde teksten. Het betekent dat losse aanwijzingen geen betrouwbaar oordeel opleveren. Een tekst beoordelen op een onderbuikgevoel leidt dus gemakkelijk tot een verkeerde conclusie.
Waarom is de vraag naar de maker minder belangrijk dan de kwaliteit?
Stel dat je een blog leest die helder antwoord geeft op een vraag, actuele bronnen gebruikt, prettig leest en je helpt een beslissing te nemen. Wordt die blog ineens minder waardevol als AI hielp bij de eerste opzet, structuur of redactie?
Voor de lezer telt vooral het resultaat. Is de informatie correct? Is de context volledig? Is duidelijk wie verantwoordelijkheid draagt? Sluit de inhoud aan op de behoefte van de doelgroep?
Ook Google legt de nadruk niet op het simpele onderscheid tussen menselijk en AI-gegenereerd. De zoekmachine wil vooral nuttige, betrouwbare content belonen, ongeacht hoe die is gemaakt. Content die alleen op grote schaal wordt geproduceerd om rankings te manipuleren, blijft een probleem. Dat geldt echter net zo goed voor teksten die volledig door mensen zijn geschreven. Lees ook: Hoe kijkt Google naar AI-content? De officiële richtlijnen uitgelegd.
De betere vraag is daarom niet: Is dit AI? Maar: Verdient deze tekst het vertrouwen van de lezer?
Waar moet je een AI-tekst dan wél op controleren?
AI kan snel formuleren, samenvatten en structureren. Maar snelheid is iets anders dan verantwoordelijkheid. Laat een mens altijd beoordelen of een tekst publicatieklaar is.
Controleer feiten, bronnen en actualiteit
Een overtuigend geformuleerde zin kan alsnog onjuist zijn. Controleer namen, cijfers, data, wet- en regelgeving, productinformatie en verwijzingen naar bronnen. Open de bron en kijk of deze de claim echt ondersteunt.
Voeg eigen kennis en concrete voorbeelden toe
AI kent jouw klantgesprekken, praktijkervaringen, interne keuzes en nuance niet vanzelf. Juist die informatie maakt een artikel geloofwaardig en onderscheidend. Voeg bijvoorbeeld een herkenbare situatie, eigen visie of praktijkles toe.
Bewaak tone of voice en doelgroep
Een goede tekst moet niet alleen grammaticaal kloppen, maar ook klinken als jouw organisatie. Past de woordkeuze bij je merk? Spreekt de tekst de juiste lezer aan? En is de boodschap even zorgvuldig voor een klant, medewerker of partner?
Let op nuance en mogelijke gevolgen
Bij onderwerpen als gezondheid, recht, financiën, HR of publieke besluitvorming is extra zorgvuldigheid noodzakelijk. Daar kunnen fouten directe gevolgen hebben. Kies duidelijke controlepunten en bepaal vooraf wanneer menselijke goedkeuring verplicht is.
Hoe gebruik je AI verantwoord in je contentproces?
Verantwoord AI-gebruik begint met een helder proces. Niet met de opdracht: “schrijf snel een blog”, maar met duidelijke afspraken over doel, kennisbronnen, beoordeling en publicatie.
Een praktisch proces kan er zo uitzien:
- Bepaal de vraag van de doelgroep. Welke informatie zoekt de lezer werkelijk?
- Verzamel betrouwbare input. Gebruik eigen kennis, goed onderbouwde bronnen en actuele informatie.
- Laat AI voorbereiden. Denk aan een eerste structuur, samenvatting, invalshoeken of concepttekst.
- Voeg menselijke expertise toe. Maak de tekst specifieker met ervaring, voorbeelden en standpunten.
- Controleer vóór publicatie. Toets feiten, links, toon, juridische gevoeligheden en merkconsistentie.
- Evalueer het resultaat. Kijk niet alleen naar productie, maar ook naar leeskwaliteit, betrokkenheid en het effect op je doel.
Zo blijft AI een hulpmiddel dat het werk versnelt, terwijl mensen de inhoudelijke regie houden.
Wat betekent dit voor organisaties die met AI-content werken?
De studie over het herkennen van menselijke en AI-verhalen laat zien dat transparantie en kwaliteitsbewaking belangrijker worden. Niet omdat iedere AI-bijdrage apart gelabeld moet worden, maar omdat organisaties moeten kunnen uitleggen hoe zij tot betrouwbare communicatie komen.
Dat vraagt om meer dan een los abonnement op een AI-tool. Het vraagt om rollen, afspraken, kennisbronnen en controle. Wie dat goed organiseert, kan AI gebruiken voor meer continuïteit in marketing en communicatie, zonder de menselijke stem kwijt te raken.
Een Digitale Marketing Medewerker van AIMAZE kan daarbij ondersteunen. Deze digitale collega helpt bij terugkerende werkzaamheden zoals het voorbereiden van blogs, social posts, nieuwsbrieven en SEO-content. De organisatie bepaalt daarbij de doelen, tone of voice, kennis en goedkeuringsmomenten. Mensen houden de regie over wat er uiteindelijk wordt gepubliceerd.
De belangrijkste les: beoordeel inhoud, niet alleen herkomst
Kun je AI-tekst herkennen? Soms denk je dat je het ziet. Maar als je uitsluitend op stijl en gevoel afgaat, is die conclusie onzeker. Dat is precies waarom de discussie verder moet gaan dan een testje “mens of bot”.
Goede content verdient een andere meetlat: klopt de informatie, voegt de tekst iets toe, is hij helder voor de doelgroep en staat iemand voor de inhoud?
AI kan helpen om sneller te schrijven. Mensen zorgen voor kennis, context, verantwoordelijkheid en betekenis. Die combinatie is niet minder menselijk. Als je haar zorgvuldig inzet, maakt zij ruimte voor betere communicatie.
Wil je ontdekken hoe AI jouw marketing structureel kan ondersteunen, met duidelijke controlepunten en jouw eigen tone of voice? Bekijk wat een Digitale Marketing Medewerker kan doen.
Steeds meer mensen beginnen hun zoektocht niet meer in Google, maar in een AI-assistent zoals ChatGPT, Gemini of Claude.
In plaats van verschillende websites te bezoeken en tientallen zoekresultaten door te nemen, stellen ze één vraag en krijgen direct een antwoord. Dat verandert niet alleen hoe mensen informatie vinden, maar ook hoe organisaties zichtbaar worden.
De customer journey bestaat nog steeds, maar de manier waarop klanten zich oriënteren en keuzes maken verandert in hoog tempo.
De eerste klik is verdwenen
Jarenlang begon online marketing met één doel: zo hoog mogelijk in Google komen. Wie bovenaan stond, kreeg de meeste bezoekers.
Nu zien we iets anders gebeuren.
Iemand vraagt bijvoorbeeld:
- “Welke boekhouder is geschikt voor een groeiend mkb-bedrijf?”
- “Welke CRM-software is eenvoudig voor een klein team?”
- “Hoe kan ik AI inzetten voor mijn marketing?”
Steeds vaker geeft AI direct een antwoord, zonder dat de gebruiker eerst een website bezoekt.
Dat betekent dat de eerste kennismaking met jouw organisatie niet meer via jouw homepage verloopt, maar via het antwoord van een AI-assistent.
Van zoekresultaten naar antwoorden
Waar SEO jarenlang draaide om rankings, draait het nu steeds vaker om aanwezigheid in AI-antwoorden.
AI haalt informatie uit verschillende bronnen, zoals:
- websites;
- blogs;
- reviews;
- nieuwsartikelen;
- kennisplatformen;
- forums zoals Reddit;
- bedrijfsprofielen.
Hoe betrouwbaarder, duidelijker en consistenter jouw informatie is, hoe groter de kans dat AI jouw organisatie noemt.
Dat vraagt om een bredere strategie dan alleen zoekwoorden optimaliseren.
De customer journey verandert sneller dan ooit
De fases van de customer journey zijn niet verdwenen. Mensen oriënteren zich nog steeds, vergelijken verschillende aanbieders en nemen uiteindelijk een beslissing.
Wat wél verandert, is hoe ze door die fases heen bewegen. AI neemt een steeds groter deel van het onderzoeksproces over. Nog voordat iemand een website bezoekt, heeft een AI-assistent vaak al informatie verzameld, aanbieders vergeleken en een eerste selectie gemaakt.
Daardoor wordt online zichtbaarheid niet alleen bepaald door je positie in Google, maar ook door de vraag of AI jouw organisatie voldoende betrouwbaar en relevant vindt om te noemen.
SEO alleen is niet meer voldoende
Dit betekent niet dat SEO verdwijnt.
Integendeel.
Goede SEO blijft de basis voor vindbaarheid, maar wordt aangevuld met iets nieuws: Generative Engine Optimization (GEO).
Waar SEO zich richt op zoekmachines, richt GEO zich op AI-systemen die antwoorden genereren.
Daarbij spelen onder andere een rol:
- actuele informatie;
- duidelijke structuur;
- inhoudelijke diepgang;
- betrouwbare bronnen;
- expertise;
- consistente informatie op verschillende platformen.
Content moet dus niet alleen goed gevonden worden door Google, maar ook begrijpelijk en betrouwbaar zijn voor AI-modellen.
Wat betekent dit voor jouw organisatie?
Veel organisaties richten hun marketing nog volledig in op de customer journey van een paar jaar geleden.
Terwijl potentiële klanten inmiddels een heel andere route afleggen. Ze laten AI een eerste selectie maken, vergelijken aanbieders op basis van AI-antwoorden en bezoeken pas daarna een website.
Dat vraagt niet om een compleet nieuwe marketingstrategie, maar wel om een andere manier van content maken en zichtbaar zijn.
De organisaties die nu investeren in kwalitatieve content, expertise en vindbaarheid in zowel zoekmachines als AI, bouwen een voorsprong op die steeds moeilijker wordt in te halen.
Hoe een Digitale Marketing Medewerker daarbij helpt
De nieuwe customer journey vraagt om meer dan af en toe een blog publiceren. Content moet aansluiten op de vragen die jouw doelgroep stelt, voldoen aan de richtlijnen van zoekmachines én begrijpelijk zijn voor AI-systemen. Daarnaast is consistentie belangrijk: zichtbaar blijven vraagt om een continue stroom van relevante en actuele content.
Een Digitale Marketing Medewerker van AIMAZE helpt daarbij. Hij werkt met jouw systemen, leert jouw organisatie kennen en ondersteunt bij het onderzoeken van onderwerpen, het analyseren van zoekintenties, het schrijven van SEO- en GEO-geoptimaliseerde content en het publiceren op de juiste kanalen.
Zo combineer je de snelheid van AI met kennis van jouw organisatie. Het resultaat is content die niet alleen beter gevonden wordt in Google, maar ook een grotere kans heeft om genoemd te worden in AI-antwoorden. En juist daar begint de customer journey steeds vaker.
“Gefeliciteerd! LinkedIn Nieuws heeft uw bijdrage uitgelicht.”
Die melding verscheen onlangs op mijn LinkedIn-account. Natuurlijk is het leuk wanneer LinkedIn News jouw bijdrage selecteert en extra onder de aandacht brengt. Maar ik vond het vooral interessant om een andere reden: deze bijdrage is tot stand gekomen met hulp van mijn Digitale Collega.
En daar ben ik volledig transparant over.
Soms begint het idee bij mijn Digitale Collega, soms bij mij
Mijn Digitale Collega komt regelmatig met ideeën voor blogs of berichten op sociale media. Wanneer zo’n idee mij triggert, geef ik aan dat het verder mag worden uitgewerkt.
Maar minstens zo vaak kom ik zelf iets tegen waarover ik een mening, gedachte of visie heb. Dat kan een nieuwsbericht zijn, een ontwikkeling in de markt, een discussie op LinkedIn of iets wat ik in de praktijk ervaar.
Ik geef mijn gedachten en mening vervolgens rechtstreeks door aan mijn Digitale Collega, met het verzoek om hiervan een blog of socialmediabericht te maken. Mijn input hoeft daarbij niet direct perfect geformuleerd of volledig gestructureerd te zijn. Juist daar helpt mijn Digitale Collega mij mee.
Het eerste idee kan dus van mijn Digitale Collega of van mijzelf komen. Maar de mening, visie en uiteindelijke richting moeten altijd bij mij passen. Ik bepaal wat er wordt verteld en blijf verantwoordelijk voor wat er wordt gepubliceerd.
Ook deze blog is op die manier tot stand gekomen.
Ik heb ideeën genoeg, maar publiceren kost tijd
Ik deel graag mijn mening, ervaringen en inzichten. Het volledig uitwerken en publiceren van een artikel vind ik alleen behoorlijk tijdrovend. En eerlijk gezegd heb ik daar ook niet altijd zin in.
Een goede blog bestaat uit meer dan alleen een tekst. De titel moet kloppen, de structuur moet logisch zijn en het verhaal moet prettig lezen. Daarnaast moeten afbeeldingen, interne links, metadata, zoektermen en beschrijvingen goed worden toegevoegd.
Wanneer ik zelf een blog plaats, weet ik dat ik de metadata nooit zo volledig en zorgvuldig invul als mijn Digitale Collega. Niet omdat ik het niet belangrijk vind, maar omdat ik snel door wil naar een volgend idee.
Juist daarom is die hulp van harte welkom. Mijn Digitale Collega helpt mij niet alleen met schrijven, maar ook met redigeren, optimaliseren, plaatsen en publiceren.
AI-content presteert niet automatisch slechter
Content die met AI is gemaakt, presteert niet automatisch slechter op Google, LinkedIn of andere platformen.
Het gaat niet om de vraag of een tekst volledig door een mens, volledig door AI of in samenwerking tussen mens en AI is gemaakt. Het gaat om de kwaliteit, relevantie, betrouwbaarheid en toegevoegde waarde van de content.
Ook Google is daar duidelijk over. Google beoordeelt content niet alleen op de manier waarop deze is geproduceerd. Content die mensen helpt en iets waardevols toevoegt, kan gewoon goed presteren. Content die vooral wordt gemaakt om zoekresultaten te manipuleren, kan worden afgestraft. Maar dat geldt net zo goed voor teksten die volledig door mensen zijn geschreven.
In dit artikel leggen we de officiële richtlijnen van Google verder uit:
Hoe kijkt Google naar AI-content? De officiële richtlijnen uitgelegd
Ik ervaar dit persoonlijk voortdurend. Mijn blogs en berichten op sociale media worden met hulp van mijn Digitale Collega gemaakt en behalen regelmatig mooie resultaten. Ze worden goed gelezen, gedeeld en gevonden. En soms wordt een bijdrage zelfs door LinkedIn News uitgelicht.
Dat bewijst natuurlijk niet dat iedere AI-tekst automatisch goed presteert. Het laat wel zien dat het gebruik van AI geen reden hoeft te zijn om content minder zichtbaar te maken.
AI-slop is niet hetzelfde als AI-content
De discussie over AI-slop is terecht. Er wordt veel generieke, oppervlakkige en betekenisloze content geproduceerd. Teksten zonder eigen visie, menselijke controle of werkelijke toegevoegde waarde.
Maar slechte content is niet automatisch AI-content. En AI-content is niet automatisch slecht.
Ook een mens kan een nietszeggend artikel schrijven. Net zoals iemand met behulp van AI een origineel, persoonlijk en waardevol verhaal kan maken.
De belangrijkste vraag is daarom niet:
“Is dit door AI geschreven?”
Maar:
“Heeft iemand hier iets aan?”
Mijn bijdrage werd uitgelicht door LinkedIn News omdat deze blijkbaar relevant genoeg was en iets toevoegde aan een actueel onderwerp.
Het idee kan van mij of van mijn Digitale Collega komen. De mening, visie en verantwoordelijkheid blijven van mij.
Dankzij mijn Digitale Collega wordt het alleen beter verwoord, professioneler gepubliceerd en uiteindelijk door meer mensen gelezen.
AI is voor veel organisaties inmiddels een vast onderdeel van het contentproces. Toch bestaat er nog veel onduidelijkheid over de invloed ervan op SEO. De één beweert dat AI-teksten niet kunnen ranken, terwijl de ander ervan overtuigd is dat AI de toekomst van contentmarketing is.
Maar hoe zit het nu echt? Wordt AI-content afgestraft door Google? Of maakt het juist helemaal niet uit hoe een tekst tot stand is gekomen?
Het goede nieuws? Google heeft hier zelf duidelijke richtlijnen voor gepubliceerd.
Google kijkt niet naar AI, maar naar kwaliteit
Er bestaat een hardnekkig misverstand dat Google AI-gegenereerde content automatisch lager laat scoren.
Dat is niet zo.
Google schrijft zelf dat hun systemen hoogwaardige content belonen, ongeacht hoe deze is geproduceerd. Of een tekst door een mens, met AI of volledig met behulp van AI is geschreven, is op zichzelf geen rankingfactor.
Wel maakt Google één belangrijk onderscheid. Content die uitsluitend wordt gemaakt om rankings te manipuleren of op grote schaal pagina’s te produceren zonder echte meerwaarde, valt onder de spamrichtlijnen. Maar dat geldt net zo goed voor content die volledig door mensen is geschreven.
Goede AI-content begint met goede input
Bij AI geldt: garbage in, garbage out.
Een korte prompt als “Schrijf een blog over SEO” levert vaak een oppervlakkige tekst op die weinig toevoegt.
Geef je AI daarentegen voldoende context, duidelijke instructies, informatie over je doelgroep en relevante bronnen, dan kan het een sterke eerste versie produceren.
De kwaliteit van AI-content hangt daarom niet alleen af van het model, maar vooral van de manier waarop je AI gebruikt. AI is een hulpmiddel. Het eindresultaat wordt bepaald door de kwaliteit van de input én de controle die daarna plaatsvindt.
Waar Google wél naar kijkt
Of een pagina goed scoort, hangt af van veel meer dan alleen de schrijver.
Google kijkt onder andere naar vragen als:
- Beantwoordt de content de zoekintentie?
- Is de informatie correct en actueel?
- Geeft de pagina een volledig en duidelijk antwoord?
- Laat de content zien dat er ervaring, expertise, autoriteit en betrouwbaarheid achter zit (E-E-A-T)?
- Is de content prettig leesbaar en geschreven voor mensen?
Met andere woorden: een oppervlakkige tekst zal moeite hebben om goed te presteren, ongeacht of deze door een mens of AI is geschreven.
AI versnelt, mensen voegen waarde toe
Dat betekent niet dat je alles zelf moet schrijven.
AI is juist ontzettend sterk in het versnellen van het schrijfproces. Denk bijvoorbeeld aan:
- onderzoek doen;
- informatie structureren;
- een eerste versie schrijven;
- teksten herschrijven;
- verschillende invalshoeken of titels bedenken.
De echte meerwaarde ontstaat wanneer je daar vervolgens je eigen kennis, praktijkervaring, voorbeelden en inzichten aan toevoegt. Daarmee maak je content uniek, relevanter en waardevoller voor je doelgroep.
AI vervangt expertise dus niet, maar helpt je om die expertise sneller om te zetten in goede content.
Wat betekent dit voor jouw organisatie?
Gebruik AI om sneller én slimmer te werken, maar blijf kritisch op het eindresultaat. Controleer feiten, zorg dat de informatie actueel is en voeg waar mogelijk eigen kennis, ervaringen of voorbeelden toe.
Schrijf bovendien altijd vanuit de behoefte van je doelgroep. Beantwoord hun vragen zo volledig mogelijk en zorg ervoor dat iedere pagina daadwerkelijk iets toevoegt.
Dat sluit precies aan bij Google’s advies: maak content in de eerste plaats voor mensen, niet voor zoekmachines.
Wat kan een Digitale Marketing Medewerker hierin betekenen?
Goede AI-content ontstaat niet vanzelf. Het vraagt om de juiste input, een goed begrip van de doelgroep en controle op het eindresultaat. Juist daarin kan een Digitale Marketing Medewerker het verschil maken.
Een Digitale Marketing Medewerker combineert de snelheid van AI met een slimme werkwijze. Hij helpt bijvoorbeeld bij het analyseren van de zoekintentie, doet onderzoek naar relevante onderwerpen, stelt een sterke eerste versie op en controleert de content voordat deze wordt gepubliceerd. Daarbij houdt hij rekening met factoren die belangrijk zijn voor SEO, zoals actualiteit, structuur, leesbaarheid en de informatiebehoefte van de doelgroep.
Zo gebruik je AI niet alleen om sneller content te maken, maar vooral om betere content ****te publiceren. Content die waarde toevoegt voor je bezoekers én aansluit bij de richtlijnen waar Google zelf de nadruk op legt.
De belangrijkste les
De vraag is niet of een tekst door AI is geschreven.
De vraag is of iemand na het lezen denkt: “Hier had ik echt iets aan.”
Als het antwoord daarop “ja” is, maakt het voor Google veel minder uit hoe de content tot stand is gekomen.
Wil je meer weten over hoe Google naar AI-content kijkt? Google heeft de richtlijnen en toelichting gepubliceerd op:
https://developers.google.com/search/blog/2023/02/google-search-and-ai-content
Veel organisaties publiceren trouw blogs, nieuwsberichten, klantcases en landingspagina’s. Iedere week komt er weer nieuwe content bij. De website groeit, de marketingkalender wordt gevuld en op papier lijkt het alsof er hard wordt gewerkt aan online zichtbaarheid.
Maar dan komt de harde werkelijkheid.
Volgens data van Ahrefs krijgt 96,55% van alle webpagina’s geen organisch verkeer uit Google. Nul. Geen bezoekers. Geen leads. Geen aanvragen. Geen resultaat.
Dat cijfer is confronterend, maar misschien nog wel belangrijker: het laat zien dat content maken iets heel anders is dan content laten presteren.
Meer content is niet automatisch meer resultaat
Veel bedrijven denken nog steeds dat online zichtbaarheid vooral draait om volume. Meer blogs. Meer berichten. Meer pagina’s. Meer woorden. Meer publicaties.
Maar Google beloont niet degene die het meeste publiceert. Google beloont de pagina die het beste antwoord geeft, technisch goed is ingericht en aansluit bij de zoekintentie van de gebruiker.
Een blog kan inhoudelijk best goed zijn, maar toch onzichtbaar blijven. Bijvoorbeeld omdat de titel niet klopt. Omdat de H1 ontbreekt. Omdat afbeeldingen geen alt-tekst hebben. Omdat de interne links ontbreken. Omdat de tekst geen duidelijke structuur heeft. Of omdat het onderwerp helemaal niet aansluit op waar mensen daadwerkelijk naar zoeken.
Dan heb je dus wel content. Maar geen vindbaarheid.
En content zonder vindbaarheid is eigenlijk een digitale folder die ergens onder in een la ligt.
De basis gaat nog opvallend vaak mis
De cijfers van Ahrefs laten zien dat het probleem niet alleen zit in strategie, maar ook in de basis. Een groot deel van de websites mist nog steeds fundamentele SEO-onderdelen.
Zo heeft 59,5% van de websites missende H1-tags. 80,4% van de websites heeft missende alt-attributen bij afbeeldingen. 68,5% van de sites heeft paginatitels die niet goed overeenkomen met wat in de zoekresultaten verschijnt. En bij meertalige websites komen hreflang-problemen veel voor, waardoor Google moeite kan hebben om de juiste taalversie aan de juiste bezoeker te tonen.
Dit zijn geen ingewikkelde marketingtrucs. Dit zijn basale onderdelen van een gezonde website.
Toch worden ze massaal vergeten.
Dat betekent dat veel organisaties tijd en geld steken in content die vanaf het begin met een achterstand online komt. Alsof je een prachtige winkel opent, maar vergeet de straatnaam, bewegwijzering en etalage in te richten.
Een goede blog heeft meer nodig dan tekst
Een sterke blog begint niet bij schrijven. Een sterke blog begint bij de vraag: waar wil de klant antwoord op?
Daarna komt de structuur. Welke zoekvraag hoort hierbij? Welke titel trekt aandacht én klopt inhoudelijk? Welke H1 en tussenkoppen maken de tekst begrijpelijk? Welke meta title en meta description zorgen dat mensen klikken? Welke afbeeldingen ondersteunen het verhaal? Welke interne links helpen bezoekers verder? Welke call-to-action past logisch bij de behoefte van de lezer?
Pas als die basis staat, wordt schrijven echt waardevol.
Zonder die basis kun je tien blogs per week publiceren en toch nauwelijks resultaat zien. Niet omdat de onderwerpen waardeloos zijn, maar omdat ze niet goed zijn verpakt, ingesteld en gepubliceerd.
In 2026 wordt dat nog belangrijker. Zoekmachines veranderen. AI-overzichten, ChatGPT, Perplexity en andere AI-systemen kijken steeds vaker naar duidelijke, betrouwbare en gestructureerde informatie. Content moet dus niet alleen prettig leesbaar zijn voor mensen, maar ook begrijpelijk zijn voor zoekmachines en AI-systemen.
Wie alleen schrijft, mist de helft van het spel.
De grootste winst zit vaak in bestaande content
De reflex is vaak: we moeten meer content maken.
Maar bij veel organisaties ligt de grootste winst juist in wat er al staat. Oude blogs kunnen worden verbeterd. Titels kunnen scherper. Meta descriptions kunnen aantrekkelijker. Interne links kunnen slimmer. Afbeeldingen kunnen alt-teksten krijgen. Pagina’s kunnen beter worden gestructureerd. Veelgestelde vragen kunnen worden toegevoegd. En teksten kunnen beter worden afgestemd op de zoekintentie.
Dat is vaak sneller, slimmer en effectiever dan steeds opnieuw iets nieuws produceren.
Want een bestaande pagina heeft soms al historie, autoriteit of relevante inhoud. Alleen is die pagina nog niet goed genoeg ingericht om echt gevonden te worden.
Hier maakt de Digitale Medewerker het verschil
De Digitale Marketing Medewerker is gespecialiseerd in precies dit werk. (https://aimaze.nl/digitale-marketing-medewerker/)
Niet alleen in het produceren van blogs, maar vooral in het goed voorbereiden, structureren, optimaliseren en publiceren van content. De Digitale Medewerker kijkt naar zoekintentie, titel, opbouw, tussenkoppen, SEO-instellingen, alt-teksten, interne links, call-to-actions en het juiste format.
Daarmee wordt content geen losse tekst meer, maar een vindbare pagina met een duidelijk doel.
Dat is een belangrijk verschil. Want de toekomst van marketing zit niet in zo veel mogelijk content maken. De toekomst zit in content die klopt. Content die gevonden wordt. Content die antwoord geeft. Content die technisch goed staat. En content die bijdraagt aan resultaat.
Je kunt iedere week nieuwe blogs publiceren. Je kunt zelfs iedere dag nieuwe content online zetten. Maar als de SEO-instellingen, structuur en het format niet kloppen, produceer je vooral digitale ruis.
De echte vraag is dus niet: hoeveel content maken we?
De echte vraag is: hoeveel van onze content heeft daadwerkelijk kans om gevonden te worden?
En precies daar begint de waarde van een Digitale Marketing Medewerker.
Bron: Ahrefs – SEO Statistics 2026 https://ahrefs.com/blog/seo-statistics/
Aanvullende bron: Ahrefs – 96.55% of Content Gets No Traffic From Google https://ahrefs.com/blog/search-traffic-study/
Stel je voor: je investeert vandaag €1.000 in e-mailmarketing. Geen flashy campagne, geen dure video’s, gewoon een sterke nieuwsbrief. Een jaar later blijkt die investering tussen de €36.000 en €42.000 aan omzet te hebben opgeleverd.
Dat zijn geen uitzonderingen, maar gemiddelden uit grootschalige onderzoeken:
- Marketingplatforms als Litmus en DMA rapporteren al jaren een gemiddelde ROI van $36–$45 per $1 die in e-mailmarketing wordt geïnvesteerd.
- Omgerekend betekent dat zo’n €36–€42 opbrengst per geïnvesteerde euro: een rendement van 3.600% tot 4.200%.
- E-mail scoort gemiddeld rond de 6% conversie, terwijl veel social campagnes onder de 2% blijven.
Een goede nieuwsbrief is daarmee niet “leuk voor erbij”, maar een van de meest winstgevende marketingkanalen die je kunt inzetten.
Waarom nieuwsbrieven zo goed werken
1. Je beheert je publiek
Op social media ben je afhankelijk van algoritmes. Je bereik kan van de ene op de andere dag halveren. Je e-maillijst is van jou. Jouw nieuwsbrief komt rechtstreeks in de inbox.
Daarom gebruikt 81% van de bedrijven e-mail als kernstrategie voor klantbehoud en -acquisitie, en noemt 89% van de marketeers e-mail het belangrijkste kanaal voor leadgeneratie.
2. Abonnees hebben al koopintentie
Mensen schrijven zich bewust in. Ze kennen je merk en tonen interesse. Dat maakt nieuwsbriefabonnees veel warmer dan iemand die één keer een advertentie ziet.
Dat zie je terug in de cijfers:
- Gemiddelde open rates liggen vaak tussen 15% en 28%.
- Conversies via e-mail liggen rond de 6%, ruim boven de meeste social campagnes.
3. Lage kosten, hoge schaalbaarheid
Buiten de kosten voor je e-mailtool (zoals Mailchimp of ActiveCampaign) en wat tijd voor content, zijn de distributiekosten minimaal. Of je nu 1.000 of 50.000 mensen mailt, de extra kosten blijven laag.
In vergelijkende onderzoeken komt e-mail structureel beter uit de bus dan traditionele direct mail en veel andere digitale kanalen. Lage kosten plus hoge respons zorgen voor een uitzonderlijk rendement.
De rode draad: relevantie, timing en uitvoering bepalen het rendement.
Waarom het vaak toch blijft liggen
Met zulke cijfers zou elke organisatie e-mail op orde moeten hebben. In de praktijk gebeurt dit vaak:
- De lijst is er wel, maar de laatste nieuwsbrief is maanden oud.
- Content maken kost te veel tijd en schuift steeds door.
- Segmentatie, automatisering en testen blijven goede voornemens.
Zo blijft een kanaal met 3.600–4.200% rendement onderbenut, simpelweg omdat het in de praktijk te veel uren kost.
Daar komt de digitale marketing medewerker in beeld.
Wat een Digitale Marketing Medewerker voor je nieuwsbrief doet
Een digitale marketing medewerker neemt het meeste werk rond je nieuwsbrief uit handen. Waar een goede nieuwsbrief je eerder makkelijk een halve dag kostte, is hij nu in enkele minuten klaar om te verzenden.
Deze digitale medewerker kan onder andere:
- werken met tools als Mailchimp en andere e-mailplatforms;
- vaste templates klaarzetten, zodat elke nieuwsbrief er professioneel en herkenbaar uitziet;
- eenvoudige segmenten aanmaken en basisflows inrichten, zoals een welkomstmail of reminder.
Het resultaat:
- je verstuurt structureel nieuwsbrieven;
- je team verliest er geen halve dag meer aan;
- een rendabel kanaal gaat eindelijk voor je werken.
Wat dit betekent voor jouw strategie
Nieuwsbrieven horen niet in de categorie “als we tijd hebben”. Onderzoek laat zien dat e-mailmarketing een van de meest kosteneffectieve kanalen is voor directe conversie en klantbehoud.
De vraag is dus niet óf je nieuwsbrieven moet inzetten, maar hoe je het zo organiseert dat het je bijna geen tijd kost.
Met een digitale marketing medewerker:
- verandert een nieuwsbrief van vele uren werk naar minuten;
- wordt het haalbaar om consequent te mailen;
- maak je veel makkelijker gebruik van segmentatie en simpele automatisering.
Zo groeit je nieuwsbrief uit tot een stabiele inkomstenbron, met een rendement dat kan oplopen tot €36–€42 per geïnvesteerde euro, zonder dat jouw team er wekelijks op leegloopt.
Een klantrecord moet worden opgehaald, beoordeeld en bijgewerkt. Op het eerste gezicht lijkt dat één eenvoudige taak. Achter de schermen kunnen echter tientallen handelingen nodig zijn: inloggen, zoeken, gegevens lezen, informatie analyseren, velden invullen, opslaan en controleren.
Laat je AI over iedere stap nadenken? Of automatiseer je de vaste stappen en zet je AI alleen in waar analyse, creativiteit of databewerking nodig is?
Dat is een belangrijk verschil tussen een Digitale Medewerker en een volledig zelfstandige AI Agent. En dat verschil heeft grote gevolgen voor het tokenverbruik.
Kort uitgelegd: Digitale Medewerker versus AI Agent
Een AI Agent krijgt een doel en bepaalt vervolgens grotendeels zelf welke acties nodig zijn om dat doel te bereiken. De Agent kan tools kiezen, informatie ophalen, beslissingen nemen, resultaten controleren en nieuwe acties starten.
Een Digitale Medewerker combineert verschillende technologieën. AI wordt gebruikt voor taken waarvoor interpretatie, taalbegrip, analyse, creativiteit of databewerking nodig is. Vaste en voorspelbare handelingen worden uitgevoerd met software, API-koppelingen of RPA.
RPA, oftewel Robotic Process Automation, is software die vooraf vastgelegde handelingen in applicaties automatisch en steeds op dezelfde manier uitvoert.
Kort gezegd:
De AI Agent denkt tijdens iedere stap na over wat er moet gebeuren. De Digitale Medewerker volgt een bekende route en gebruikt AI alleen voor taken die taal, creativiteit of data-analyse vragen.
Bijna ieder bedrijfsproces volgt een vaste workflow
In vrijwel iedere organisatie verloopt het grootste deel van het dagelijkse werk via vaste processen.
Een nieuwe klant wordt op een herkenbare manier geregistreerd. Een factuur doorloopt vaste stappen. Een sollicitant ontvangt bepaalde berichten. Een blog wordt geschreven, gecontroleerd en gepubliceerd. Een bestelling wordt verwerkt en teruggekoppeld.
Natuurlijk zijn er uitzonderingen. Maar de normale route is meestal vooraf bekend.
Juist daarin is een Digitale Medewerker sterk. De workflow bepaalt welke stap volgt. RPA of API’s halen gegevens op en schrijven resultaten terug. Het LLM wordt alleen aangeroepen wanneer informatie moet worden beoordeeld, geanalyseerd, herschreven of gecreëerd.
AI hoeft daardoor niet bij iedere muisklik mee te denken.
Een AI Agent gebruikt tokens om het proces te besturen
Tokens zijn kleine eenheden waarin een LLM informatie verwerkt. Niet alleen de uiteindelijke tekst of analyse gebruikt tokens. Ook instructies, toolbeschrijvingen, resultaten, proceshistorie en controles kunnen meetellen.
Een AI Agent doorloopt vaak een terugkerende cyclus:
- De Agent bekijkt de situatie.
- Hij kiest de volgende actie.
- Een tool voert de actie uit.
- Het resultaat gaat terug naar het LLM.
- De Agent controleert wat er is gebeurd.
- Daarna kiest hij opnieuw een actie.
Bij een visuele AI Agent kan daar telkens een nieuw screenshot bij komen. Hoe meer schermen, tools en herstelpogingen nodig zijn, hoe vaker het LLM opnieuw moet worden aangeroepen.
Die flexibiliteit is waardevol bij onvoorspelbare processen. Maar wanneer de route al bekend is, ontstaat al snel extra tokenverbruik.
De Digitale Medewerker gebruikt tokens voor het denkwerk
Bij een Digitale Medewerker kan RPA eerst de benodigde gegevens ophalen. Software selecteert alleen de relevante informatie. Het LLM voert vervolgens de analyse of creatieve bewerking uit. Daarna controleert software het formaat en schrijft RPA het resultaat terug.
Het LLM verwerkt dan voornamelijk:
- de instructie;
- de relevante gegevens;
- de noodzakelijke context;
- de gewenste uitkomst.
De vaste processtappen gebruiken geen LLM-tokens.
Daardoor zal een Digitale Medewerker bij voorspelbare workflows doorgaans minder tokens en minder modelaanroepen gebruiken dan een AI Agent die iedere processtap zelfstandig plant en controleert.
Wanneer is een AI Agent wél geschikt?
Een AI Agent is vooral krachtig wanneer een proces geen vaste route kent.
Bijvoorbeeld wanneer vooraf niet duidelijk is welke informatie nodig is, welke bronnen moeten worden onderzocht of welke stappen moeten worden gezet. De Agent kan dan zelfstandig redeneren, keuzes maken en zijn aanpak aanpassen aan de situatie.
Die vrijheid heeft echter een prijs: voor elke observatie, beslissing, controle en nieuwe actie kunnen opnieuw tokens nodig zijn.
Minder tokens betekent minder rekenwerk
Minder tokens en minder modelaanroepen betekenen doorgaans dat er minder rekenkracht nodig is. Dat kan de kosten verlagen en het energiegebruik beperken.
De exacte klimaatimpact hangt ook af van het gebruikte LLM, de infrastructuur, het datacenter en de gebruikte energiebronnen. Toch blijft het basisprincipe logisch: hoe minder onnodige AI-berekeningen, hoe lager de rekenbelasting.
Een Digitale Medewerker kan daardoor niet alleen financieel efficiënter zijn, maar ook bijdragen aan een bewuster gebruik van AI.
Conclusie: kijk eerst naar het proces
Een Digitale Medewerker kan bij bijna alle processen binnen een organisatie worden ingezet. Het merendeel van die processen verloopt namelijk via een herkenbare en grotendeels vaste workflow.
De Digitale Medewerker voert de vaste stappen uit met RPA, API’s en software en zet AI gericht in voor taal, creativiteit, analyse en databewerking. Dat zorgt doorgaans voor een voorspelbare uitvoering en een lager tokenverbruik.
Een AI Agent zet je vooral in bij processen waarvoor geen vaste workflow bestaat. Daar is zijn vermogen om zelfstandig te redeneren, keuzes te maken en nieuwe routes te bepalen juist waardevol.
De praktische keuze is daarom helder:
Een vaste workflow? Kies een Digitale Medewerker. Geen vaste workflow? Dan kan een AI Agent de juiste oplossing zijn.